Fouten maken mag!

‘Waarom wil je eigenlijk zo graag tienen halen voor je Topo?’ Het is zaterdagochtend. Ik ben net wakker wanneer mijn dochter me enthousiast een kopietje onder mijn neus duwt waarin ik vaag de contouren van Europa ontdek. ‘Kijk mam! Dit heb ik vanochtend allemaal geleerd!’ Klinkt het opgewekt. ‘Hier ligt Bordeejaux en daar ligt Spanje en Poortuugal!’

Ergens in het afgelopen half jaar heeft ze zich voorgenomen alleen nog maar tienen voor Topo te gaan halen. Een goed streven, en ik moet zeggen dat ze het steeds tactischer aanpakt. Iedere dag een stukje, herhalen en mij aan de lopende band tekst en uitleg geven bij haar topo-printjes. Mooi meegenomen dus: Sinds haar voornemen is ook mijn topografische kennis weer helemaal up-to-date.

Maar toch, in het kader van al die prestatiedruk op jonge kinderen, vind ik het mijn plicht zo nu en dan te checken wat haar motivatie is. Vandaar mijn vraag. ‘Nou gewoon, dat vind ik leuk’. Is het antwoord. ‘Oke’, zeg ik, nog niet helemaal tevreden met het antwoord. ‘En wat als je nu een lager cijfer haalt? Wat vind je daar dan van?’
‘Nou, klinkt het laconiek. ‘Dan leer ik daar weer van!’

Mevrouw ligt in haar onesie op de bank aan de eettafel te hangen, en ik zet mijn eerste kop koffie.‘Weet je mama, ik zie het zo…’ Terwijl mijn brein langzaam op gang komt deelt ze haar hersenspinsels met me, zoals een client tijdens haar sessie bij de psycholoog.

‘Als je er niet tegen kan dat het wel eens fout gaat dan is het net of je die fout heel erg vasthoudt, en dan is het niet leuk voor je. Maar je kan ook van je fouten leren, en dan kan je bijvoorbeeld al die fouten stapelen en een trap bouwen. Zodat je verder komt, snap je?’ Uhhh… Daar sta ik dan, met mijn broodnodige opstart koffie, joggingbroek en ongekamde haren. Dit klinkt wel heel diep voor een elf-jarige, maar toch: ‘Ja, ik geloof dat je de spijker op z’n kop slaat!’

We praten nog even door, inmiddels ben ik wakker. En ik bedenk: Wat zou het toch fijn zijn wanneer we falen en fouten maken zouden zien door de bril van mijn dochter. Als kansen en bouwstenen. Om mee te bouwen en als iets dat je verder helpt.
Dan is een faalmoment precies dat wat je nodig hebt om verder te komen. Een kans. Het geeft je belangrijke informatie en is dus van harte welkom tijdens je ontwikkeling.

Dan wordt het ook leuk om met elkaar mee te kijken, te zien hoe de ander bouwt met zijn bouwstenen. Je kunt er samen over praten en trots op zijn. Misschien ook erom lachen. Dat klinkt inderdaad veel beter dan verstoppen wat niet goed ging, daar kom je niet echt verder mee. En haalt bovendien je plezier in leren naar beneden.

Ik trek maar even de conclusie dat het wel goed zit met die prestatiedrang van mijn dochter.
Zolang dit haar insteek is, maak ik me geen zorgen. Mijn koffie is op, het weekend begonnen.
En in mijn hoofd vormt zich een blog.