Klap! Achter de peuter valt de deur dicht, aan de overkant van de deursluis staat mama achter het glas. Zodra de eerste deur dicht is, trekt ze de hare open. Het peutertje, wat eerst nog wat onzeker weifelend haar armpjes naar haar uitstrekt, dribbelt nu snel naar de opening. De pedagogisch medewerkster steekt haar duim op, om aan te geven dat het verder goed ging vandaag. Moeder lacht opgelucht en geeft haar kind een dikke knuffel waarna ze nog even zwaaien naar de juf achter de twee deuren. Achter hen, op gepaste afstand, staat de volgende moeder al te wachten…

Een scenario wat vanaf volgende week een standaard afspiegeling van het overdrachtsmoment zal zijn, verwacht de houder van zomaar een opvang ergens in Nederland. ‘We hebben het hier goed geregeld’, vertelt ze. Alle RIVM-richtlijnen zijn uitgewerkt in een helder en duidelijk protocol. Zo wordt iedere pedagogisch medewerkster voorzien van een hengel met daaraan een gevulde plastic handschoen. Een huilende peuter kan op deze manier toch die broodnodige aai over zijn bolletje krijgen. Handig is dat de hengel makkelijk te bevestigen is aan haar Corona-toolpack, waar ook ruimte is voor een spuitbusje, een voorraad papieren doekjes en hand-gel. Mondkapjes mogen helaas niet, daarom stellen we een spreekcensuur in met een max van 200 woorden per dagdeel.

Dwars door de klas is een looppad uitgezet met gevarenlint en pionnen, en voor iedere hoek is een traphekje geplaatst. Er is in het midden van het lokaal een peutervrije zone ingericht voor de pedagogisch medewerksters. In het kader van betekenisvolle hoeken is er een ontsmet-hoek ingericht. Kinderen mogen daar om de beurt spelen met water en zeep en een eigen verfschort aan. Daarna mogen ze hun eigen handen afdrogen aan een papieren handdoekje en deze vanaf een afstandje in de prullenbak gooien. Zo kunnen de pedagogisch medewerksters meteen een paar doelen observeren en afstrepen.

Dit is win-win, vertelt de houdster. Kinderen leren zelfstandigheid binnen een betekenisvolle context, tegelijk voldoen we aan alle richtlijnen van het RIVM. We borgen de veiligheid van onze medewerkers en de kinderen. Een fijne gedachte te midden van alle angst en stress rondom dit virus. ‘11 mei, wij zijn er klaar voor!’

Oke, even serieus nu. Laten we vooral hopen dat er nergens in Nederland een opvang is die de richtlijnen zo letterlijk interpreteert. Begrijp me niet verkeerd, richtlijnen zijn goed. Het geeft kaders zodat we kunnen blijven bewegen, al is dat in een wat kleinere wereld dan we gewend zijn. Maar wat vooral belangrijk is, is dat we voor ogen houden wat het doel van deze richtlijnen is. Natuurlijk is het belangrijkste doel ervan dat er zo min mogelijk mensen tegelijk ziek worden, en als het even meezit gewoon helemaal niet. Maar daaronder zit ook een lange termijn doel, en wel een maatschappij waarin we wel weer vrij kunnen bewegen, mogen aanraken en samen zijn.

Dit lange termijn doel komt niet zomaar uit de lucht vallen. Het is een basisbehoefte van mensen om verbonden te zijn. Aangeraakt te worden. Het maakt dat je iemand bent ten opzichte van de ander. Precies dat ik-ben-ik-en-jij-bent-jij besef is een belangrijke ontwikkeling op de leeftijd van een peuter. Gelukkig is daar oog voor en mag een kind nog steeds aangeraakt worden. Is er nog steeds ruimte om een kind fysiek te troosten en weer op zijn benen te zetten.
Opvang op basis van de RIVM-richtlijnen met menselijkheid als uitgangspunt, een hele uitdaging. Maar met de juiste insteek niet onmogelijk.

Wat vind jij belangrijk om aandacht aan te geven wanneer de opvang weer opengaat?